Erkenning, gezag en omgang

Erkenning

Kinderen worden meestal door de vader erkend tegelijk met de aangifte van de geboorte van het kind bij de gemeente, of al tijdens de zwangerschap. Hiermee wordt de juridische band tussen vader en kind gecreëerd. De moeder is automatisch juridisch ouder van het kind, en hoeft daaromtrent dus niets te regelen. Ook degene die het kind niet heeft verwerkt (en dus geen biologisch ouder is) kan het kind erkennen. Daarvoor gelden wel andere voorwaarden.

Het juridisch ouderschap houdt in dat de ouder recht heeft op omgang met het kind, informatie over het kind en betrokkenheid bij beslissingen over het kind. Ook ontstaat dan de plicht tot het meebetalen aan de kosten van de verzorging en opvoeding van het kind (alimentatie). Het kind heeft ook recht op omgang met de ouder. Daarnaast heeft erkenning gevolgen voor het erfrecht, nationaliteit en de achternaam van het kind.

Als de vader het kind erkend heeft, geeft hem dat ook het recht om te procederen als de moeder niet meewerkt aan een omgangsregeling of het verstrekken van informatie. De moeder heeft door erkenning de mogelijkheid alimentatie af te dwingen en te procederen over een omgangsregeling.

Het kan zijn dat u als vader het kind wil erkennen, maar dat de moeder dat niet toestaat. Het is mogelijk hierover een procedure te starten, om de rechter te laten beslissen of u het kind mag erkennen of niet. Vaak wordt dat gecombineerd met een verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling.

Gezag

Het juridisch ouderschap is iets anders dan erkenning. Dit gaat namelijk nog een stap verder in de juridische positie van de ouders tegenover het kind en de andere ouder. Beide ouders zijn nu gelijkwaardig in de beslissingen over de kinderen. Het gezag moet door de ouders gezamenlijk worden aangevraagd bij de rechtbank. Dit gaat eenvoudig via www.rechtspraak.nl.  In de blog van mr. Marjolein Kooij staat alles omtrent het gezag helder uitgelegd: Ouderlijk gezag: hoe zit dat ook alweer? Geschillen tussen ouders over de uitoefening van het ouderlijk gezag worden met een zogeheten artikel 1:253a procedure binnen zes weken op zitting behandeld. Als u geen ouderlijk gezag heeft en de moeder geen toestemming wil geven dit te regelen, kan de rechter hierover oordelen. Tenzij er ernstige redenen zijn de vader het gezag niet toe te kennen,  is onze ervaring dat de rechter het verzoek toewijst.

Omgang

Als de ouders niet meer samenzijn, moet er in het belang van het kind een omgangsregeling worden vastgesteld. Het is immers belangrijk dat het kind contact blijft houden met beide ouders. Soms lukt het niet om een omgangsregeling vast te stellen, of is deze wel vastgesteld maar wordt deze niet nagekomen. Soms is de regeling er wel, maar moet deze eigenlijk anders zijn of zelfs worden stopgezet. Vaak kan dit met behulp van een advocaat in onderling overleg worden opgelost. Soms is er een procedure voor nodig (kort geding of bodemprocedure). In alle gevallen kunnen wij u van advies voorzien en u eventueel bijstaan in een procedure.

Bij erkenning, gezag en omgang komen de meest uiteenlopende kwesties voorbij, waarover u vragen kunt hebben. Bel gerust vrijblijvend met onze specialisten:

mr. E.M. Kooij (contact)
mr. H.W. Bos-Hagens (contact)