concurrentiebeding

Bestuurdersaansprakelijkheid

Wanneer is er sprake van bestuurdersaansprakelijkheid?

Als bestuurder van een vennootschap handelt u namens een onderneming. Uitgangspunt daarbij is dat de onderneming aansprakelijk is voor haar handelen. Als bestuurder bent u dit in beginsel niet. Dit is anders wanneer u wist of redelijkerwijze had moeten weten dat bijvoorbeeld een klant of een schuldeiser door het handelen van de onderneming schade zou lijden. Is dat het geval dan heeft u uw taak onbehoorlijk vervuld. Dit heeft nog niet tot gevolg dat er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. Daarvan is pas sprake als u een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Voor bestuurdersaansprakelijkheid zijn er drie verschillende gronden:

  • interne bestuurdersaansprakelijkheid;
  • bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement;
  • bestuurdersaansprakelijkheid door een onrechtmatige daad.

Deze gronden zullen hieronder kort worden toegelicht.

Interne bestuurdersaansprakelijkheid

De wet verplicht u om uw taak als bestuurder behoorlijk te vervullen (ex artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek). Doet u dit niet dan kunt u hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Er moet dan wel een ernstig persoonlijk verwijt kunnen worden gemaakt, maar wanneer is hiervan nu sprake? In ieder geval dient een redelijk handelend bestuurder onder dezelfde omstandigheden anders te handelen. Een sterke aanwijzing dat een bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt is onder meer wanneer:

  • de bestuurder in strijd met de wet handelt;
  • de bestuurder in strijd met de statuten handelt;
  • de bestuurder financiële middelen verplaatst van de ene naar de andere onderneming waardoor een onderneming met financiële ‘ellende’ wordt achtergelaten;
  • het niet (tijdig) deponeren van jaarstukken dan wel het niet bijhouden van een deugdelijke administratie;
  • het nemen van onnodige financiële risico’s enzovoort.

Hierbij is het van belang te vermelden dat ernstig verwijtbaar handelen het bestuur als geheel wordt aangerekend. De bestuurders zijn hoofdelijk (dus per persoon) aansprakelijk, dit betekent dat een bestuurder afzonderlijk voor het geheel kan worden aangesproken. Indien de bestuurder echter geen verwijt kan worden gemaakt én de bestuurder maatregelen heeft getroffen om de negatieve gevolgen af te wenden, kan hij zich ‘vrijpleiten’.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement

Na faillietverklaring van de onderneming kan een curator en een schuldeiser de bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen. In dat geval moet er sprake zijn van wanbeleid. Het door een bestuurder onbehoorlijk vervullen van zijn taak is wanbeleid. Het is aan de curator en schuldeiser om wanbeleid aan te tonen. Ook moet worden aangetoond dat het wanbeleid tot het faillissement heeft geleid.

Van wanbeleid is onder meer sprake wanneer:

  • (1) de jaarrekening niet tijdig is gepubliceerd (uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar) en een accountantsverklaring niet is ingediend;
  • (2) de boekhoudplicht niet is nagekomen.

Is aan een van deze twee punten voldaan, dan staat onbehoorlijk bestuur vast. Het is dan aan een bestuurder om aan te tonen dat dit geen belangrijke oorzaak van het faillissement was. Ook is het van belang aan te geven dat het verzuim van een bestuurder als onbelangrijk kan worden bestempeld (ex artikel 2:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek). In dat geval moeten de omstandigheden van het geval tot gevolg hebben dat een bestuurder – ondanks dat hij of zij niet heeft voldaan aan de twee punten – zijn taak behoorlijk heeft vervuld.

Bestuurdersaansprakelijkheid door een onrechtmatige daad

Een  derde grond voor bestuurdersaansprakelijkheid is die door een onrechtmatige daad. Een onderneming handelt onrechtmatig wanneer de gedraging van een bestuurder in het dagelijks verkeer geldt als een onrechtmatige gedraging van de onderneming. De bestuurder van de onderneming kan alleen worden aangesproken voor deze onrechtmatige handeling wanneer hem een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Van een onrechtmatige gedraging van (een bestuurder van) een onderneming is onder meer sprake:

  • wanneer een bestuurder namens de onderneming een overeenkomst is aangegaan, de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en vervolgens blijkt dat de onderneming geen verhaal biedt. De bestuurder is vervolgens persoonlijk aansprakelijk wanneer hij bij het aangaan van de overeenkomst wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de onderneming niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. De bestuurder had moeten weten of begrijpen dat de schuldeiser schade zou lijden;
  • door het handelen (of nalaten) van de bestuurder kan de onderneming haar verplichtingen niet nakomen. De norm hierbij is dat een bestuurder ten opzichte van de schuldeiser(s) zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat hem een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer gezonde onderdelen uit een onderneming worden gehaald waardoor een onderneming die niet of nauwelijks verhaal biedt, wordt achtergelaten;
  • de bestuurder verricht namens een onderneming selectieve betalingen waardoor schuldeisers worden benadeeld. Hierbij is vereist dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat het handelen tot gevolg zou hebben dat de onderneming haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden.

Heeft u vragen over bestuurdersaansprakelijkheid?

Wenst u iemand als bestuurder aansprakelijk te stellen? Wordt u zelf als bestuurder aansprakelijk gesteld en heeft u hier vragen over? Neem gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor. Wij zijn bereikbaar op tel: 071-3610900 of stuur een mail naar a.t.koolhof@bosadvocaten.nl.

Fotoshoot 13-08-2018 (142)
Advocaat Ab Koolhof gespecialiseerd in ondernemingsrecht